Noordelijke netwerkdag bodem 2017

maandag 29 mei 2017 15:53

Op 18 mei  2017 vond de Noordelijke Netwerkdag Bodem plaats in Assen. De bijeenkomst stond vooral in het teken van de Omgevingswet. De dag, georganiseerd door de noordelijke omgevingsdiensten, Bodem+ en de Inspectie Leefomgeving en Transport, had tot doel ontmoeten, uitwisselen en leren. Medewerkers van de omgevingsdiensten, Rijkswaterstaat, politie, brandweer, gemeenten, provincies en waterschappen van de drie noordelijke provincies hadden een afwisselend programma.

De netwerkdag werd geleid door  Henk van Zoelen van Rijkswaterstaat Leefomgeving. De dag werd geopend door Maurice Hoogeveen, wethouder van de gemeente Assen en voorzitter van de RUD Drenthe. Maurice gaat in op de parallel tussen de Drentse statenzaal waar de bijeenkomst plaatsvindt en de Balloërkuil, een plaats in het bos waar in de middeleeuwen wetten werden aangenomen en recht gesproken. Hij zegt toe dat de totstandkoming van de omgevingsdiensten niet is geweest wat de gemeenten aanvankelijk wilden en dat je landelijk kunt zien dat het nog niet overal gelukt is. In Drenthe hebben we gelukkig de keus gemaakt om, als het dan toch moet,  het ook goed te doen.

Bodem, de omgevingswet en de rol van de omgevingsdiensten
Henk van de Berg (I&M) vertelde over de belangrijke plaats die de omgevingsvisie onder de Omgevingswet krijgt. De omgevingsvisie moet de motivering bieden voor het onderliggende omgevingsplan en moet de verbanden tonen tussen de ondergrond en de maatschappelijke zaken. De visie is daarmee van belang voor de vergunningverlener, maar ook voor de mensen want daardoor zullen zij de regels beter begrijpen. Samenwerking wordt hierdoor belangrijk. Bodem en ondergrond moeten in de omgevingsvisie, want veel van wat gemeenten willen bereiken op het gebied van energie, klimaatverandering en ruimtelijke inrichting van de leefomgeving kan niet zonder inzicht in en kennis van de bodem en ondergrond. De visie mag ook betrekking hebben op beleidsterreinen waar de gemeente geen bevoegdheden voor heeft. Dat is nuttig voor de maatschappelijke discussie. Stel dat een gemeente geen windmolens wil, dan biedt dat gelegenheid om discussie te voeren en visie te vormen over de vraag hoe de gemeente aankijkt tegen het belang dat we ’s winters allemaal ons huis kunnen verwarmen. Het betrekken van de burgers is nodig.

Marcel Koelemans (DCMR) ging in zijn presentatie in op de veranderende rol van omgevingsdiensten als gevolg van de Omgevingswet. Zijn boodschap was dat omgevingsdiensten de spil blijven in uitvoering en expertise, maar dat de rol, focus en attitude wel (moeten) veranderen. Hij is van mening dat de omgevingsdiensten wat dit betreft “onbewust bekwaam” zijn. Niet alleen vanuit onze (sectorale) kennis een bijdrage leveren, maar ook in staat zijn om een bredere bijdrage te leveren in maatschappelijke opgaven op het gebied duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. Zo zal bijv. een windmolenspecialist ook wat moeten weten over alternatieve energiebronnen zoals bodemenergie. We moeten naast het oplossen van een vraag en het leveren van een beschikking (adviseur 1.0) ook in staat zijn een bijdrage te leveren aan het gezamenlijk in kaart brengen van de problematiek en bepalen wat ieders bijdrage aan de oplossing is (adviseur 2.0). Belangrijkste aanbeveling van Marcel aan de omgevingsdiensten was om niet af te wachten, maar je nieuwe rol proactief te pakken.

Maurice Hoogeveen gaf in zijn reactie op beide presentaties aan dat hij nieuwe zaken heeft gehoord. Zaken die ook voor bestuurders belangrijk zijn. Het is dan wel schrikken dat er binnen je eigen gemeentelijke organisatie maar erg weinig mensen nog kennis van de bodem hebben, terwijl diezelfde bodem de grond is onder ons bestaan. Maar ook schrikt hij ervan dat de RUD zo weinig wordt betrokken bij de visievorming bij de eigenaren van de RUD.  Met de totstandkoming van de omgevingsdiensten is veel bodemkennis overgegaan van de gemeente naar diezelfde diensten. Deze kennis hebben we hard nodig straks bij het vorm geven van de omgevingsvisie en hij adviseert de omgevingsdiensten om hier mee aan de slag te gaan. Ook zijn ander vaardigheden nodig bij de mensen van de RUD. Hij roept de RUD op haar toegevoegde waarde te tonen en te latent zien wat je kunt! Zijn laatste boodschap is “ga in gesprek!”

Emiel Elferink (Bioclear Earth) had een inspirerend verhaal over bodem als een samenspel van fysische, chemische en biologische kwaliteiten, die samen de bodemgezondheid bepalen. Met name de biologische kwaliteiten, de levende bodem!, bieden een schat aan mogelijkheden voor de biobased economy.

Workshops
De middag bestond uit twee rondes met workshops over allerlei (bodem-gerelateerde) onderwerpen. In de workshop Bodemdaling van Peter van Bergen (Commissie Bodemdaling) werd geconcludeerd dat we de bodem op allerlei manier belasten (waterpeilverlaging, gas- en zoutwinning) en dat de gevolgen daarvan uiterst complex zijn.

De workshop over toezicht op bodemenergiesystemen van de  inspectie Leefomgeving en Transport leverde de aanbeveling op om de samenwerking tussen de regio en de Inspectie te intensiveren.

Nieuwe bedreigingen van bodem en watersysteem als gevolg van nieuwe stoffen zoals PFAS,, een workshop van Arne Alphenaar (TTE), doen beseffen dat we nog niet klaar zijn met het verbeteren van de bodemkwaliteit. Er is behoefte aan een landelijke regie op dit vlak.

De nieuwe CROW (René Rummens, Anteagroup) geeft een grotere rol aan de veiligheidskundige bij werken in verontreinigde grond. Als opdrachtgever van dergelijke werken krijg je een grotere verantwoordelijkheid én aansprakelijkheid. René's advies is  om contact op te nemen met de civieltechnische projectleiders en dit duidelijk te maken.

Hot item momenteel is asbest in de bodem. De Raad van State heeft in een recente uitspraak de bodemwereld in verwarring gebracht. Een oplossing lijkt in zicht, maar in de workshop van IL&T werd duidelijk dat het achterwege laten van een asbestonderzoek bij het aantreffen van puin in de bodem een goede motivatie vereist.

Samen op weg naar 2020 heette de workshop van Corné Nijhuis van het UP die inging op de vraag hoe je je als omgevingsdienst kunt voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Geconcludeerd werd dat je niet moet afwachten, maar kennis moet maken met je (gemeentelijke) counterparts en de issues die spelen samen inventariseren.

Recent hebben provincie Drenthe en gemeente Emmen het gehele Drentse grondgebied in beeld gebracht in de vorm van gevlogen, multispectrale beelden. Doel was de asbestdaken in beeld te brengen en dat is goed gelukt. Maar er is meer! Er draaien heel veel satellieten rond de aarde die dagelijks enorme hoeveelheden data produceren. Data die gebruikt kan worden voor monitoring van onze leefomgeving, bijvoorbeeld door het meten van gewasstress en verdroging. Data die gebruikt kan worden voor het voorspellen van natuurbranden. De workshop van Hanneke Schuurmans (RHDHV) en Klaas van der Veen (RUD Drenthe) maakte duidelijk dat veel mogelijk is, maar dat alles begint met het stellen van de juiste vraag.

Tot slot bogen de deelnemers van de workshop onder leiding van Janneke van Dijke (Jong Strong en Anteagroup) en Emiel Elferink zich over de vraag "Hoe houden we het vakgebied Bodem levend?" Wees trots op wat je doet en laat het zien. Dat stimuleert kinderen en jongeren om ook dit mooie vakgebied in te gaan. Als we allemaal in de Geoweek een activiteit aanbieden, dan wordt Noord-Nederland de broedkamer van de toekomstige Nederlandse bodemspecialisten.

Marjan Heidekamp, directeur van de RUD Drenthe, gaf in de slotsessie aan dat deze bijeenkomst het belang van bodem in de omgeving haar duidelijk heeft gemaakt. Volgend jaar weer en dan met de bestuurders erbij, was haar conclusie.